Betaalbare zorg, wie gaat dat betalen?

De term ‘betaalbare zorg’ is beladen en wordt door iedereen anders geïnterpreteerd. Patiënten denken direct aan hun eigen risico en de alsmaar stijgende verzekeringen. De politiek denkt aan het schuiven van kosten en bezuinigingen. Huisartsen denken aan de kosten die zij moeten maken om alle problematiek (zowel zorginhoudelijk als bedrijfstechnisch) die hun kant op wordt gegooid te kunnen pareren. En zo heeft elke partij die ‘iets’ met zorg heeft/doet een eigen beeld bij de term ‘betaalbaarheid’. De basisvraag blijft in alle gevallen: ‘Hoe gaan we dat betalen?” Het is een vraag die zeker niet 1-2-3 te beantwoorden is. Dit jaar schoten de uitgaven die in Nederland aan zorg worden besteed voor het eerst voorbij de 100 miljard. Nu dient wel genuanceerd te worden dat de gehele economie hard is gegroeid, waardoor het aandeel van de zorg in het Bruto Binnen- lands Product is afgenomen. Maar dan nog is het een duizelingwekkend bedrag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft berekend door alle uitgaven op te tellen die onder de noemer ‘zorg en welzijn’ vallen en dat gaat vrij breed; van kinderopvang tot opvang van dak- en thuislozen. Wanneer er wordt ingezoomd op uitgaven die puur zorg betreffen, komt het bedrag volgens CBS uit op 76,9 miljard euro.

GROEIENDE KOSTEN

De CBS-cijfers laten zien dat in Nederland vorig jaar per persoon 5805 euro werd uitgegeven aan zorg (zorgpremie, de salarisbijdrage aan de wlz, belastingen, aanvullende verzekeringen, eigen bijdragen et cetera). De tweedelijnskosten stegen met 2,9 procent naar 27,7 miljard euro. Volgens afspraak mogen ziekenhuizen – los van de personeelskosten, hun grootste kostenpost – tot 2022 in omzet niet meer groeien. De kosten van de eerstelijnszorg zijn met 5,1 procent toegenomen, een rechtstreeks gevolg van het beleid dat zo veel mogelijk zorg vanuit de tweedelijn terug moet vloeien de eerste- of nuldelijn in.

HERVERDELING

Komend jaar fluctueren de kosten enigszins. Diverse verzekeraars schermen al met een iets lagere premie, terwijl andere stabiel blijven of licht stijgen. De grote groei lijkt er uit, al berichtte Zorgwijzer recent dat de zorgverzekering sinds 2006 zo’n 446 euro per jaar duurder is geworden. Ondanks een tempering van die groei, zijn er bij de bespreking van de begroting van Volksgezondheid in de Tweede Kamer eind oktober stemmen opgegaan om het systeem te veranderen. De SP pleit voor afschaffing van het eigen risico en de zorgtoeslag en een verlaagde zorgpremie vanuit de verzekeraars. Zorginkomsten worden in het plan gecompenseerd met een verhoging van de inkomstenbelasting, die alleen de hogere inkomens treft. De SP noemt deze herverdeling van de zorgkosten een ‘opstapje’ naar het Nationaal Zorgfonds, waarin alle verzekeraars verdwijnen.

BOEKHOUDSOMMETJES

Het CPB heeft een en ander voor de SP doorgerekend en uit die berekening blijkt dat de plannen voor mensen met een inkomen tot 86.000 euro voordelig uitpakken, daarboven gaan de kosten omhoog. Op NPO Radio 1 reageerde Marcel Canoy, voormalig hoogleraar zorgeconomie, niet bepaald positief op de plannen. “Het CPB trapt iedere keer in dezelfde valkuil. Het zijn namelijk boekhoudsommetjes. Een grote stelselwijziging gaat gepaard met gedragseffecten”, zo stelde hij, met de mededeling dat het niet te overzien is welke ongewenste gevolgen een nieuw zorgstelsel heeft op de doelmatigheid en de toegankelijkheid van de zorg en financiering daarvan. Zorgwijzer reageerde ook en stelt dat er onduidelijkheid bestaat over de gedragsmatige effecten die het plan van de SP met zich meebrengt. “Zo is niet bekend in hoeverre de zorgvraag – en dus de zorgkosten – toenemen als het besef onder burgers verdwijnt dat de zorg daadwerkelijk geld kost. Als het aan de SP ligt, verdwijnt het eigen risico en is de zorg straks ‘gratis’, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is.”

WAT KOST ZORG?

Dat laatste is nu al een factor die van niet te onderschatten waarde is. Veel patiënten hebben geen idee wat de zorgkosten zijn en menen overal recht op te hebben. Volgens huisarts Pieter Barnhoorn is hier een taak weggelegd voor de huisartsen. Die moeten wat vaker hard optreden tegen patiënten die zorg eisen die eigenlijk niet nodig is, maar wel veel geld kost. “Dokters zijn nu te veel doeners en geen denkers”, zo stelt hij in de podcast Stand van Nederland. “Professionals in de zorg moeten gestimuleerd worden om dapper te zijn en keuzes te durven maken die geld opleveren. Weinig dokters durven nu dapper te zijn. Het gaat er daarbij vooral om dat dokters durven na te denken en op de rem trappen.” Hij doelt hiermee onder meer op de bijna automatische piloot waarmee veel (huis) artsen patiënten tot het einde van hun leven door behandelen, ook al willen patiënten dat zelf niet. “Door hen te laten meebeslissen, worden een hoop onnodige zorgkosten bespaard.” Ook doelt hij op kleinere behandelingen die duur zijn, ook buiten de laatste levensfase om. “Een heleboel mensen geloven dat je, het liefst dagelijks, je Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) zou moeten bepalen. Sommigen denken dat je daarmee prostaatkanker kan vangen.” Iets wat volgens Barnhoorn een misvatting is. “Maar elke man van boven de vijftig leest vroeg of laat dat bij een bekende Nederlander prostaatkanker is ontdekt op basis van zijn PSA. Die komt bij mij zo'n check vragen. Dan kan ik laf zijn en gewoon even prikken. Maar daarmee geef ik het geld uit van een ander. Dan ben ik gul met andermans spul. Ik geef het geld van de belastingbetaler uit en de patiënt help ik er niet eens mee.”

ADDITIONELE KOSTEN

Op deze manier denken kan een zorgbesparing opleveren in het daadwerkelijke zorgtraject. Maar voor een huisarts speelt er natuurlijk wel meer. De cijfers laten een groei zien omdat er zorg vanuit de tweede- de eerstelijnszorg in vloeit en daar moeten huisartsen wel mee omgaan. Dat betekent dat er actief personeel geworven moet worden om die nieuwe patiëntenstroom aan te kunnen en dat betekent ook dat er gekeken moet worden naar beschikbare ruimte. Er zijn al diverse steden in met name de Randstad waar huisartsen nu in de knel komen omdat de huren dusdanig zijn dat een groter pand onbetaalbaar wordt, terwijl zij toch ergens hun nieuwe praktijkondersteuners die een deel van de zorg op moeten vangen een plek moeten geven. Een probleem hier is dat een huisartsenpraktijk op de vastgoedmarkt als een commerciële partij wordt aangemerkt, en niet als een maatschappelijke, zoals een bibliotheek of buurthuis. In een stad als Amsterdam ligt de gemiddelde huurprijs al op 400 euro per vierkante meter, waar de zorgverzekeraars 140 euro vergoeden. “Wij zouden graag zien dat de zorgverzekeraar kijkt wat de marktconforme huurprijs is in het gebied waar ze zorg inkopen”, aldus Stella Zonneveld, voorzitter van de Huisartsenkring Amsterdam. “Dat betekent dat in Amsterdam, waar de prijzen hoger liggen, de vergoedingen ook hoger moeten zijn. Bijvoorbeeld in Drenthe waar de huren veel lager zijn, kun je dan toe met een lager tarief.”

PERSONEEL

Los van de huren is de werving en selectie van geschikt personeel ook een heet hangijzer. Het is iets waar veel huisartsen nog niet genoeg tijd en energie steken (want dat brengt ook alleen maar weer extra kosten met zich mee), met als gevolg dat veel huisartsen eigenlijk niet eens zo goed weten wat nu precies de kwaliteit van zorg is die hun praktijkondersteuners leveren. Dat is enerzijds kwalitatieve uitholling, anderzijds zie je ook dat hier gedwongen keuzes worden gemaakt omdat er nu eenmaal ook een personeelstekort op de loer ligt en men liever ‘iets’ dan ‘niets’ in huis heeft. De nieuwe inrichting en verdeling van de zorgtaken zou beter gestructureerd en gestroomlijnd moeten worden, zo stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in hun jaarlijkse rapport Stand Van De Zorg. In de meest recente uitgave concluderen zij dat de zorgkosten stijgen door onder meer de vergrijzing en het personeelstekort. “We zien dat er stappen worden gezet om de kostenstijging in de hand te houden. We constateren dat er veel initiatieven en beleidsvoornemens zijn. En dat is goed. Maar de resultaten zijn nog te mager. Er zijn afspraken gemaakt over taakherschikking en verplaatsing van zorg, preventie en innovatie. Maar de resultaten laten nog teveel op zich wachten. We kunnen gezamenlijk de zorgvraag in kaart bren- gen. Eenvoudige zorg kan verschuiven van de tweede- naar de eerstelijn. Er is behoefte aan een versterking van de eerstelijnszorg. We monitoren deze afspraken en brengen verslag uit over wat goed gaat en beter kan. Als de bekostiging een belemmering vormt voor het maken van afspraken daarover, is de NZa bereid om dat aan te passen.”