Drug rediscovery essentieel voor IBD-patiënten

Frans-Joseph Sinjorgo en Tineke Markus-de Kwaadsteniet


Zorgondernemer (en HuisartsenService- columnist) Frans-Joseph Sinjorgo is al jaren een van de aanjagers achter het innovatieve concept drug rediscovery van tioguanine (6-TG, Lanvis), een stof die in het verleden werd ingezet als remmer van het immuunsysteem voor kinderen met leukemie, maar ook heel effectief blijkt voor IBD (Inflammatory Bowel Disease) patiënten. Onder de naam Thiosix heeft het middel een voorwaardelijke registratie gekregen. Samen met Tineke Markus-de Kwaadsteniet, directeur van de Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland (CCUVN) legt Sinjorgo uit wat de drijfveren waren en hoe dit middel als voorbeeld kan dienen.

“En dat is eeuwig zonde."

Thiosix is met dank aan de uitzending van Brandpunt+, 8 november 2018, weer veelbesproken. Bij zowel medici als patiënten, zo merken Markus en Sinjorgo uit de vele reacties. In de tv-uitzending werd aandacht gevraagd voor de obstakels waarmee drug rediscovery in Nederland gepaard gaat. Toch heeft het de achterliggende processen (nog) niet versneld. “En dat is eeuwig zonde. Ik ervaar het hele registratieproces als extreem zorgvuldig maar daardoor ook uitermate stroperig wat weer tot enorme frustratie onder artsen en patiënten leidt”, aldus Sinjorgo. Een aantal ziekenhuisapothekers en maag-darm-leverartsen ontdekten dat tioguanine door een eenvoudiger metaboliseringssysteem, minder bijwerkingen zou geven waardoor het beter zou worden verdragen dan de conventionele thiopurines en dus goed zou kunnen werken voor IBD-patiënten (Morbus Crohn en colitis ulcerosa). Sinjorgo zag hoe de herontdekking van het medicijn voor een andere doelgroep een enorme zorginnovatie kon zijn en zorgde – via een bevriend stratenmakerbedrijf – voor de eerste financiële middelen om het verdere onderzoek van de grond te krijgen. Na Luc Derijks in 2005, promoveerden op het hergebruik van een bestaand medicijn tot nu toe al negen onderzoekers. 

POLITIEK AAN ZET

Omdat artsen en onderzoekers zelf geen middelen kunnen laten registreren, sloot Hennie Henrichs van Teva Pharmachemie zich bij het drietal aan. “Waarna we na acht jaar ploeteren in 2016 eindelijk een voorwaardelijke registratie kregen en Thiosix als darmmedicatie op de markt kon komen. Er is echter nog steeds geen definitieve registratie. Die kunnen we – omdat er nog een finale registerstudie loopt – op zijn vroegst pas eind 2019 verwachten. In de tv-uitzending zeg ik dat ik absoluut voor regelgeving ben, dat is ook zo. Je kan geen medicijn op de markt brengen als je niet volledig zeker bent van de werkzaamheid en de veiligheid. Dit is echter een middel dat al bijna 65 jaar op de markt is, waarvan we de werking en bijwerkingen kennen. Maar omdat het geregistreerd is voor een andere aandoening, moet het hele registratietraject met gerandomiseerde placebo-gecontroleerde studies nogmaals doorlopen worden. Dit is niet uit te leggen richting de METC’s. Ons uitgangspunt is altijd geweest dat we op deze manier een middel op de markt konden brengen waar patiënten veel baat bij hebben en wat aanzienlijk minder kost dan de medicijnen waarmee die groep nu wordt bediend. De politiek is hier echt aan zet. De wet en regelgeving moet worden aangepast om ook in de toekomst innovaties als deze betaalbaar op de markt te krijgen en te houden. De wetgeving op dit gebied is sinds 1960 niet meer aangepast. Waanzin, er is toch ook niemand meer die in een jaren zes-tig-woning woont die niet naar de eisen van de moderne tijd is aangepast? Waarom blijft wetgeving zo achter?”

DRAGELIJK HOUDEN

Tineke Markus snapt de frustratie. Zij ziet als CCUVN-directeur de voordelen die patiënten kunnen hebben in de praktijk. “Als chronisch patiënt heb je levenslang. Dat is iets wat veel mensen – ook huisartsen – weleens vergeten. Veelal manifesteert IBD zich al op jonge leeftijd. Soms al rond de 12e levensjaar maar meestal tussen de 18 en 35. Dan heb je als patiënt dus nog een heel leven voor je. Vaak is het ook zo dat hoe vroeger je de ziekte krijgt, hoe vervelender het verloop op de lange termijn is. Het is dus zaak om de chronische ziekte voor die groep patiënten zo dragelijk mogelijk te houden. Regelmatig krijgen deze nu conventionele thiopurines voorgeschreven. Inmiddels gebruiken veel patiënten al Thiosix en daar hebben ze veel baat bij. Als ik dan hoor dat een registratie op zijn vroegst eind 2019 gerealiseerd wordt, schrik ik daar wel even van. Waarom moet het zo lang duren als zoveel mensen het nu al slikken met goede resultaten? Daarbij komt dat het bij de voorlopige registratie gaat om monotherapie, terwijl veel mensen het middel krijgen naast een biological. Om ook dit te registreren is er nog een lange weg te gaan.”

CONTROLE

Het is nog altijd zo dat de conventionele middelen meer stappen nodig hebben om de werkzame stoffen in het lichaam opgenomen te krijgen en artsen zien dat er nog veel patiënten zijn die minder therapietrouw vertonen door de bijwerkingen van die middelen. “Waarbij het niet zo is dat Thiosix een wondermiddel is dat alle andere middelen overbodig maakt”, aldus Markus. “We krijgen reacties op basis van de tv-uitzending van mensen die daar ineens al hun hoop op vestigen. Het is goed om het te nuanceren. Wat het belangrijkste is, is dat IBD-patiënten hun aandoening zo goed mogelijk onder controle hebben en met zo min mogelijk ongemakken kunnen leven. En voor veel patiënten geldt dat dit middel iets is waar ze baat bij hebben. Vanuit CCUVN hebben we middels een online onderzoek gevraagd wat het doet met patiënten en hoe patiënten er op reageren. Het resultaat is een positief verhaal, de kwaliteit van leven van de ondervraagde IBD-patiënten is toegenomen. Het is echter geen daadwerkelijk wetenschappelijk onderzoek en dus wordt het in het registratietraject als ‘tweederangs informatie’ behandeld. Dat vind ik heel jammer.” Sinjorgo vindt dit zelfs nog zachtjes uitgedrukt. Zonder de steun en support van de patiënten (lees patiëntenvereniging) is drug rediscovery als innovatief concept onmogelijk, zo stelt hij. “Als er één partij is geweest die de motivatie voor ons hoog heeft gehouden dan zijn het wel de patiënten geweest. Door alle ervaringen en inbreng uit de praktijk wist je precies hoe belangrijk het was om door te gaan. Realiseer je dat Thioguanine op het punt stond om van de Nederlandse markt te worden gehaald!”

MAIZENA

Volgens Sinjorgo is het vooral ook zo jammer omdat drug rediscovery in het algemeen en in dit specifieke geval bewijst dat met dit soort innovaties de farmaceutische zorg beter en goedkoper kan worden gemaakt. “Dit middel is zo’n vijftien keer goedkoper dan een therapie met dure TNF alfablokkers. Iedere patiënt die je langer met goedkopere middelen effectief en veilig kan behandelen levert op alle vlakken zorgwinst op. Het creëren van een extra behandelingsstap in het zorgprotocol levert niet alleen geld op, maar biedt patiënten ook meer perspectief ”. Dat wordt ook op alle vlakken wel erkend, zo stelt hij. “Wat ik echter het allermooiste vind aan dit project, is dat het echt een maximale samenwerking tussen meerdere disciplines is. Je hebt de artsen, de patiënten, maar ook de zorgverzekeraars. Iedereen zag dat we met iets bijzonders bezig waren. Ik ben in dat geheel de ‘maizena’ geweest, zo vertelde iemand me pas. Dat vond ik een mooie vergelijking. Als bindmiddel heb ik alle partijen bij elkaar weten te houden. Daar ben ik binnen ons weerbarstige zorgwereldje eigenlijk best wel fier op. Daarom frustreert het mij soms dat de systemen in de zorg heilig zijn. Voor een betere zorg, mogen de systemen nooit belangrijker worden dan de mensen. De mensen maken altijd het verschil.” 

MAATSCHAPPELIJKE OPBRENGST

Sinjorgo stelt dat er nog tal van andere medicijnen zijn waarvan de bekende stoffen voor de behandeling van andere (chronische) ziektes toepasbaar zijn. “Eerst willen we natuurlijk dit project afronden en kijken hoe binnen de wereld van de regulators op dit project wordt terug gekeken, maar ik ben op dit moment heel benieuwd in welke mate huisartsen op dit moment ‘off label’ medicijnen voorschrijven aan hun patiënten en in hoeverre zij daarbij zelf aan de basis staan. In de dagelijkse praktijk schrijft een gemiddelde huisarts zo’n 30 à 40 verschillende middelen voor. Hoe vaak schrijft men een patiënt iets voor wat eigenlijk voor een andere aandoening is, maar waarvan men weet dat het ook voor iets anders werkt? Binnen de groep IBD-patiënten is het off label gebruik meer dan 50 procent. Wij hebben werkelijk geen flauw idee hoe en of de huisarts zich bewust is wanneer hij of zij met grote regelmaat iets ‘off label’ voorschrijft. Drug rediscovery zou in de volledige breedte bij kunnen dragen aan continuïteit en kwaliteit van medicijnen, kwaliteit van leven voor de patiënt en een beter betaalbare gezondheidszorg.