Hartklepafwijkingen: gebruik uw stethoscoop

In 2017 is de European Heart Valve Disease Awareness Survey verricht. Dit is een groot onderzoek naar de bekendheid van hartklepziekten onder 13.000 Europeanen van 60 jaar en ouder, waaronder 1002 Nederlanders.1 De bekendheid van hartklepafwijkingen was in de Nederlandse groep slechts 7,8%. Dit was beduidend lager dan de bekendheid van andere hartaandoeningen zoals hartritmestoornissen (38%) of hartinfarct (37%). 

AORTAKLEPSTENOSE

De meest voorkomende hartklepziekte is aortaklepstenose. In de survey bleek slechts 3% van de respondenten hiervan op de hoogte(1). Aortaklepstenose ontstaat door slijtage met afzetting van bindweefsel en kalk op de klep, waardoor deze niet meer goed opent. Een ernstige aortaklepstenose komt voor bij één op de acht 75-plussers(2). Deze hartklepafwijking gaat gepaard met klachten van kortademigheid, pijn op de borst en duizeligheid of auw- vallen (collaps). Als patiënten met een ernstige aortaklepstenose deze klachten hebben en niet worden behandeld, overlijdt de helft binnen twee jaar(3). Een klepvervanging verbetert in dergelijke gevallen de overleving en de kwaliteit van leven. 


Tot een aantal jaren geleden kon een aortaklep alleen worden vervangen door middel van een openhartoperatie. Tegenwoordig wordt een nieuwe aortaklep echter steeds vaker ingebracht via een grote slagader, meestal in de lies, waarbij een openhartoperatie niet nodig is. Deze minder ingrijpende behandeling wordt percutane aortaklep-implantatie of ‘TAVI’ (transcatheter aortic valve implantation) genoemd. Uit onderzoek is gebleken dat bij patiënten met een intermediair- of verhoogd operatierisico, de resultaten van TAVI vergelijkbaar of beter zijn dan van chirurgische aortaklep- vervanging(3-5). Patiënten herstellen bovendien sneller van de ingreep. 

MITRALISKLEPINSUFFICIËNTIE

Na de aortaklepstenose is mitralisklepinsufficiëntie de meest voorkomende hartklepafwijking(2). Hierbij lekt een deel van het bloed tijdens de contractie van de linkerkamer terug naar de linkerboezem. De oorzaak van mitralisklepinsufficiëntie kan gelegen zijn in de hartklep zelf (primair) of het gevolg zijn van hartfalen met een vergrote linkerkamer met verminderde functie (secundair). Patiënten met een mitralisklepinsufficiëntie klagen over kortademigheid en een verminderd inspanningsvermogen en hebben vaak ritmestoornissen (met name boezem brilleren). Als medicatie onvoldoende helpt, komen deze patiënten ook voor een hartklepingreep in aanmerking. Het kan daarbij gaan om een openhartoperatie waarbij de hartklep wordt gerepareerd of vervangen door een mechanische of biologische prothese. In een aantal ziekenhuizen worden mitralisklepoperaties verricht via een kijkoperatie, waarbij niet de gehele borstkas geopend hoeft te worden. Daarnaast is het bij geselecteerde patiënten ook mogelijk om via de lies een clipje op de mitralisklep te plaatsen en daarmee de kleplekkage te verminderen. Uit recent onderzoek blijkt deze ingreep bij patiënten met hartfalen de noodzaak voor nieuwe ziekenhuisopname te verlagen en de prognose te verbeteren(6). In de Heart Valve Disease Awareness Survey bleek dat meer dan 45% van de respondenten niet op de hoogte is van de behandelmogelijkheden van hartklepziekten(1). Een klein deel (3.7%) herkende echter wel symptomen bij zichzelf, nadat zij informatie hadden gekregen over hartklepaandoeningen. 

NATIONALE HARTKLEP AWARENESS DAG

De bevindingen van de survey hebben geleid tot de organisatie van de eerste Nationale Hartklep Awareness dag in september 2018. Het doel van deze dag was om Nederlanders meer bewust te laten worden van de klachten die kunnen wijzen op een hartklepaandoening. Als een eerder actieve oudere niet meer vlot de trap op kan, hoeft dat niet een teken van ouderdom te zijn. Het is heel goed mogelijk dat de klachten door een hartklepaandoening worden veroorzaakt. Naast het informeren van de patiënt, werd ook aandacht besteed aan de cruciale rol van de huisartsen in het opsporen van hartklepaandoeningen. Om een hartgeruis te horen, moet er echter wel met de stethoscoop naar het hart geluisterd worden. 

SOUFFLE

De opsporing van hartklepaandoeningen begint vaak met het vaststellen van een souffle (hartgeruis) over het hart met de stethoscoop. Uit de survey blijkt echter dat in 75% van de consulten door huisartsen niet met de stethoscoop naar het hart van de patiënt wordt geluisterd(1). Nederlandse huisartsen scoren in het onderzoek bijzonder laag, slechts in 15% van de gevallen werd met de stethoscoop naar het hart van de patiënt geluisterd. 

EERSTELIJNSDIAGNOSTIEK ECHOCARDIOGRAFIE

Als bij een patiënt een hartgeruis wordt vastgesteld, is nader onderzoek aangewezen in de vorm van echocardiografie. Niet alleen ziekenhuizen, maar ook diagnostische centra bieden aan huisartsen de mogelijkheid om via eerstelijnsdiagnostiek echocardiografie e aan te vragen om patiënten te screenen op klepafwijkingen. De huisarts houdt daarbij de regie en kan bij afwijkingen de patiënt naar de cardioloog verwijzen. Rechtstreeks verwijzen naar de cardioloog kan natuurlijk ook, zeker als er een hoge verdenking op cardiale problematiek bestaat. Dit is bijvoorbeeld het geval als er, naast een hartgeruis, ook klachten bestaan. Met de huidige ontwikkelingen in de behandeling van hartklepaandoeningen, waarbij met minder invasieve ingrepen goede resultaten worden bereikt, behoort een verbetering van met name de kwaliteit van leven voor steeds meer patiënten tot de mogelijkheden. Het tijdig opsporen van klepaandoeningen is dan ook zeer de moeite waard. Overweeg altijd een hartklepafwijking als onderliggend probleem bij een patiënt op uw spreekuur met klachten van kortademigheid, pijn op de borst, hartkloppingen en duizeligheid of flauwvallen. En vergeet vervolgens vooral niet uw stethoscoop te gebruiken om naar het hart van de patiënt te luisteren. 


Dr. P. Kievit, cardioloog HartKliniek

REFERENTIES


  1. Gaede L et al. Heart valve disease aware- ness survey 2017: what did we achieve since 2015 ? Clin Res Cardiol 2019;108:61-67. 
  2. d’Arcy JL et al. Large-scale community echocardiographic screening reveals
    a major burden of undiagnosed valvular heart disease in older people: the OxVALVE Population Cohort Study. Eur Heart J 2016;37:3515-3522. 
  3. Leon M et al. Transcatheter aortic-valve implantation for aortic stenosis in patients who cannot undergo surgery. N Engl J Med 2010;363:1597-1607. 
  4. Smith CR, Leon MB, Mack MJ et al. Transcatheter versus surgical aortic-valve replacement in high-risk patients.
    The New England journal of medicine 2011;364:2187-98. 
  5. Leon MB, Smith CR, Mack MJ et al. Transcatheter or Surgical Aortic-Valve Replacement in Intermediate-Risk Patients. The New England journal of medicine 2016;374:1609-20. 
  6. Stone GW et al. Transcatheter mitral-valve repair in patients with heart failure.
    N Engl J Med 2018;379:2307-2318.